Zwemles

Zwemles van een zeerob-blog Ben Tekstschrijver

‘Kijk, luister, zet je af tegen de wand en laat je in het water glijden, dan drijf je tot hier. Hier kun je nog steeds staan.’ De vrouw klapwiekt paniekerig met haar armen op het water. Haar hoofd duikt zo nu en dan als een dobber onder. Ze hapt water, hapt lucht. Ze heeft het moeilijk.

Deel dit blog

Ik zit aan de rand van het zwembad van een witter-dan-wit hotel in het Griekse Santorini. De deuren, luiken en raamkozijnen van het ansichtkaarthotel zijn koningsblauw, net als het zwembad. De enige zwemmers zijn een weldoorvoede Nederlander en zijn Aziatische vrouw. Zij is slank en twee koppen kleiner. De Nederlander had tijdens het praatje van de Sunweb-host vooral gevraagd naar de mogelijkheden om te duiken en te snorkelen. Zijn vrouw leek dat maar weinig te interesseren.

Mogelijk dat het duiken en het snorkelen haar op een idee heeft gebracht. Ze krijgt zwemles van haar man. Als een zeerob glijdt hij door het water. Het buikvet van de man fungeert als een zwemband die hem aan de oppervlakte houdt. Zo moeiteloos als het bij hem gaat, zo moeilijk gaat het bij haar.

Ik herinner me mijn eigen zwemles. Vanuit school bracht een bus ons elke week naar het zwembad in Amersfoort. Ik denk dat mijn ouders blij waren dat ze de zwemles voor hun kinderen aan de school konden uitbesteden. Zelf hadden ze nooit leren zwemmen. Ik denk niet dat ze het een groot gemis vonden, want ook op snikhete stranddagen moesten de koeien worden gemolken. Mijn vader en moeder in het water is voor mij net zo onnatuurlijk als twee vissen op het droge.

‘Kom maar, kijk maar, niets aan de hand, hier kun je staan’, zegt de man. Hij blijft haar zalvend toespreken. ‘Kijk, als je je afzet en je laat je glijden, ben je al hier. En hier kun je staan.’
De vrouw overwint haar angst. Zet af. Glijdt. Tot de plek waar haar man staat. Wil daar gaan staan, maar verdwijnt hoestend en proestend onder water. De man rekende naar zijn eigen lengte. Om de bodem onder haar voeten te voelen had ze minstens even lang moeten zijn als haar man. Ze klappert weer naar boven. Hijgt. Zucht. Hoest.
‘Ik ben een beetje angstig’, piept ze, ‘omdat het hier diep is.’

Ze bewegen zich naar de hoek van het zwembad, naar het trapje. Zij in een soort lopende schoolslag, hij zwemmend als een bourgondische broer van Maarten van der Weijden.

Ik denk aan mijn intrekken-spreiden-sluitlessen in het pierebadje. Stinkend jaloers was ik op die stoere klasgenoten die al in het diepe mochten. Er waren er zelfs die al van de duikplank doken. De dominee peperde me elke zondag in dat er maar één ding belangrijk was: het hemelse paradijs. Ik zag in dat beginnersbadje in het Sportfondsenbad een andere weg naar het grote geluk: zo snel mogelijk mijn zwemdiploma A halen. Dat zou me toegang geven tot een heel ander paradijs: het zwemparadijs.

De onderdompeling heeft de vrouw niet aan het twijfelen gebracht of haar man wel de goeie skills heeft om haar zwemmen te leren.
’Ik wil écht leren zwemmen,’ zegt ze. ‘Morgen weer?’

De man knikt. ‘Prima, morgen weer.’
Ze bewegen zich naar de hoek van het zwembad, naar het trapje. Zij in een soort lopende schoolslag, hij zwemmend als een bourgondische broer van Maarten van der Weijden.

Bij het trapje klimt de vrouw tevreden en vederlicht het zwembad uit. De man volgt haar het smalle trapje op. Het water draagt zijn buik niet meer. Nu heeft hij het moeilijk.

Ben Tekstschrijver

Luierend onder de parasol bij een zwembad van een veel te toeristisch hotel of op safari in Afrika: op vakantie trekken verhalen aan je voorbij. Heb jij zo’n verhaal? Ben Benieuwd.

Deel dit blog