
Op de camping lees ik Een haas in huis van Chloe Dalton. Met veel opofferingen geeft ze een wilde haas een thuis, zonder haar tot huisdier te maken. Zou ik dat ook kunnen? Een egel geeft even later het antwoord.
Dierenleed trek ik slecht. Een hooiwagen probeer ik altijd in een kommetje van mijn handen te vangen, zodat ik hem buiten weer los kan laten. Zo’n beest leeft ook maar één keer en probeert er het beste van te maken. Vroeger pakte ik hem wel eens bij een poot. Dan was de hooiwagen verdwenen, maar stond ik nog minutenlang met een trillend pootje in mijn hand.
Daarom laat ik me gemakkelijk meevoeren met het verhaal van Chloe Dalton. Ze is politiek speechschrijver, geen natuurmens. Ze trekt zich terug in een huisje op het Britse platteland en ontfermt zich daar over een bijna dode jonge haas.
Ze weet dat moederhaas het jong zal verstoten als ze het dier aanraakt, vanwege haar menselijke geur. Dus laat ze het liggen, in de hoop dat moederhaas terugkomt. Maar de volgende dag ligt de haas er nog. Ze neemt het dier mee naar huis.
Ze weet de haas groot te brengen, maar wil dat het een wild dier blijft. Het tuinhek blijft open, zodat het beest altijd zelf kan kiezen of het de natuurlijke habitat weer opzoekt. Een nieuwe bank in haar kamer schrikt de haas af, dus zet ze de oude bank weer terug. De televisie blijft ’s avonds uit, omdat onverwachte geluiden de haas kunnen laten schrikken. En parfum gebruikt ze niet meer: hazen hebben een zeer gevoelige neus.
Langzaam kijkt ze ook anders naar haar eigen leven. Haar jachtige leven als politiek adviseur komt tot stilstand, het ritme van de natuur neemt het over.
Al lezende raak ik betoverd. Wat zou er met mij gebeuren als ik zo’n wild dier in mijn leven toeliet? Zou ik – net als Dalton – mijn gewoontes ervoor aanpassen?
Als ik rond middernacht voor mijn tent nog wat over het boek zit te mijmeren, krijg ik antwoord. Ik hoor smakkend gesnuif. Hortend. Pruttelend. Of een oud espresso-apparaat besluit diep in de nacht nog een kopje koffie te zetten.
Een egel.
Verstild kijk ik naar dit wilde wonder. Het dier geeft me zelfs de tijd om in het halfdonker een foto te maken. Dan trippelt het weg. Verbazend snel nog, voor zo’n wandelend speldenkussen.
Ik mijmer nog even verder over dit cadeautje van de natuur. Ga ik in de geest van Chloe Dalton mijn tuin egelvriendelijk maken? Ga ik bijvoorbeeld in overleg met de buren egelpoortjes aanleggen in mijn schutting, zodat egels op tuinentocht kunnen? Ik voel de natuur al een beetje door mijn leven stromen.
Tien minuten later horen onze campingburen gebons en gebeuk tegen een tentdoek en een stem die luidkeels sist: ‘Kssssjjj … *#*+* … opgesodemieterd!’
De volgende avond ga ik slapen. De egel ben ik alweer vergeten, tot ik aan de buitenkant van de tent het espresso-apparaat weer hoor sissen en pruttelen. Ho wacht even, leuk zo’n wilde egel, maar nu wil ik pitten.
De egel blijft ritselen en snuiven.
Vijf minuten later horen onze campingburen gebons en gebeuk tegen een tentdoek en een stem die luidkeels sist: ‘Kssssjjj … *#*+* … opgesodemieterd!’
De geest van Chloe Dalton heb ik duidelijk nog niet helemaal te pakken.
En de egel? Nooit meer gezien. Wild. Geen blijvertje.
Ben Tekstschrijver
Hoe ‘natuurlijk’ ben jij? Hou je van wilde natuur of heb je liever aangeharkte paden? Ben je bereid onze menselijke wereld aan te passen aan het wilde dier? Ook als dit ons economisch raakt? Reacties weer welkom (wel onder eigen naam, dus niet ‘mijn naam is haas’ 😉).
Meer dan 1000 vaste lezers gingen je voor.
Ben Tekstschrijver blogt ook op Zorgkaart Nederland, Mijnkwaliteitvanleven.nl, Taalvoutjes (Paus op non actief I Pferdreiten), Schrijven Online, D!scura, Nijkerk Nieuws en Aanlegplaats: thuishaven voor blogs vol literair talent en ook op Aanlegplaats: Ben de Graaf, het interview en De vangst van Ben de Graaf. En het meest recente blog dat Aanlegplaats uit mijn vijver ving.

Vooral in de herfst ben ik graag bereid om af en toe mijn leven, mijn eetpatroon in dit geval, aan te passen aan het wilde dier. Van het wilde dier verwacht ik het omgekeerde absoluut niet.
Dit doet me denken aan een uitspraak van Arnold van den Hoeven hier uit het dorp: ‘Ik hou heel erg van de natuur, maar ik moet er wel iets te drinken bij hebben.’ 😊
Als bioloog, in 1981 afgestudeerd aan de Landbouwhogeschool Wageningen, heb ik – het zal je niet verbazen – vooral affiniteit met wilde natuur. Die mag van mij haar eigen gang gaan. Jouw intrigerende blog laat prachtig zien dat wij daar soms stilzwijgend openingstijden aan verbinden.
En mooi dat je ook de hooiwagen een warm hart toedraagt. Met acht sprieterige poten en zo weinig aaibaarheid moet zo’n beest het toch vooral van zijn karakter hebben. Een labrador heeft het wat dat betreft een stuk gemakkelijker.
Overdag is de egel een cadeautje van de natuur, ’s nachts een espressoapparaat waarvoor je de klantenservice wilt bellen. Ik moest lachen om die omslag van verwondering naar uitzettingsbeleid. Eén dun tentdoek blijkt voldoende om van een natuurbeschermer een uitsmijter te maken.
Ik vind dat we best wat ruimte, gemak en geld mogen inleveren om wilde dieren hun plek te gunnen. Maar of ik naast een snuivende egel even principieel zou blijven, durf ik niet te zeggen. Ook een bioloog is uiteindelijk een zoogdier. Met slaapgebrek zelfs een behoorlijk prikkelbaar exemplaar.
Bij de research voor dit blog las ik dat een hooiwagen zijn poot ‘los kan laten’ als afweermechanisme. In het pootje zit een zenuwknoopje – zeg maar een pacemaker – die het losse pootje nog wel een uur kan laten spartelen. Dit leidt de rover af, zodat de hooiwagen zich uit de voeten – of moeten we hier zeggen: uit de poten – kan maken. De hooiwagen kan met één poot minder nog een prima leven leiden.
Bij een labrador is dit een heel ander verhaal.
Maar grote kans dat ik dit jou als afgestudeerd bioloog allemaal niet hoef te vertellen.
Leuke reactie en grappig geschreven.
Weer een leuke blog van Ben met een gewetensvraag dit keer. Ik ben blij met de natuur om me heen, maar er op een manier deel van te maken zoals Chloe Dalton dat gaat me een brug te ver. De tijd dat ik Noorwegen woonde was er overal natuur in optima forma om me heen. Ik heb er volop van genoten. Toch geniet ik er ook van om op mijn fiets naar de stad te gaan en een terrasje te pakken. Mensen blijven ook leuk, meestal.
De natuur in Noorwegen is wel wat anders dan de aangeharkte paden die we in ons land natuur noemen. Ik kijk graag naar Scandinavische crimi’s, ook omdat de verhalen vaak extra lading krijgen door beelden van de ruige natuur.
Ik zie ze in die crimi’s trouwens zelden op terrassen zitten. Doen ze dat wel eens in Noorwegen?
Tijdens een moordonderzoek lijkt het me ook geen goed plan om op een ontspannende manier op een terras te gaan zitten koffie drinken. Overigen zitten ook de Noren graag en regelmatig op een terras. Er zijn niet zoveel terrassen, maar ook niet zoveel Noren dus dat komt goed uit.
😂
Ja ook ik pas me graag (hier en daar) aan, sla nooit een vlieg dood maar vang hem in een grote beker en laat ‘m naar buiten….en spinnen pak ik gewoon voorzichtig …. maar er is bij mij een ‘noodzakelijke reden‘ dat ik in de tuin bijna alles laat groeien …… mijn trouwe tuinman overleed in januari ‘26 en nu moet ik veel zelf doen wat ik niet altijd doe! Dus ben ik anders gaan kijken…..en geniet van de mollen in het gras….. niet meer vangen …. ze zijn goed voor het bodemleven … maar ik nodig ze niet uit voor een ontbijtje in mijn tuinkamer!!!!
Een vlieg vangen in een beker en buiten loslaten gaat verder dan mijn gewoonte om een hooiwagen te vangen in de kom van mijn handen. Voor vliegen kan ik soms genadeloos zijn, al vind ik ze bij tijd en wijle ook wel lekker kriebelen op mijn blote huid.
En bijzonder hoe het overlijden van je trouwe tuinman je anders heeft doen kijken naar een wroetende mol.
Een blog naar mijn hart Ben. Ik ben een groot dierenliefhebber. Soms meer nog dan een mensenliefhebber als ik de kranten lees. Dieren kunnen zo slecht voor zichzelf opkomen ten opzicht van zoogdier mens, die zich op een of andere manier verheven voelt boven de niet-mensen. Daar geef ik de schrijver van Genesis ook wel enigszins de schuld van. In de vier jaar dat ik in Afrika woonde heb ik spinnen leren kennen als mijn vrienden, die muggen (malaria) voor mij wegvingen. Momenteel zijn wij puppygastgezin voor Hulphond Nederland en train ik een schattige labrador om een mens tot grote hulp te zijn. Dan zijn de rollen ineens omgekeerd. De mens heeft het dier nodig om te overleven, te leven, het leven weer aan te kunnen. Laten we ons hart openen voor de dieren, langpootmuggen incluis. En daarmee de ruigte binnenlaten.
Wow, jouw hulphond als tastbaar voorbeeld dat de mens de natuur nodig heeft. Waren er in de tijd dat Genesis geschreven werd al hulphonden?
Een paar maanden geleden had ik op de vroege morgen een aanvaring met een duif bij de achterdeur. Ik weet niet wie er harder schrok, het beest besloot in ieder geval om naar binnen te vliegen. Ik kan je vertellen dat het een heel raar gezicht is als je zo’n grote duif rondjes door je woonkamer ziet vliegen. En dan, he? Wat moet je dan?! Ik heb heel heldhaftig een handdoek gepakt, over hem heen gegooid en hem vastgepakt. Dat viel niet mee, want zo’n beest is écht groot, mijn handen niet en hij werkte niet helemaal mee, gek genoeg.
Wist jij dat een duif zijn staart loslaat als hij in nood is? Ik nu dus wel. Stond ik daar met een handdoek vol veren en een duif die nog steeds door het huis fladderde. Bij de volgende poging had ik gelukkig zijn poot te pakken en die kon er niet af. Zo heb ik hem naar buiten getransporteerd. En nee, er zijn geen beelden van. Eigenlijk wel jammer, want ik had zelf ook wel eens willen zien hoe deze actie eruit gezien heeft. Ik denk dat het dan wel beter was om die beelden zonder geluid terug te kijken. 😂
En de duif? Die leefde nog lang en gelukkig. We hebben ‘m daarna nog duidelijk herkenbaar voorbij zien vliegen. Buiten.
Wat een prachtig verhaal over een duif tover jij uit de hoge hoed. En gelukkig eindigt jouw verhaal niet met ‘De duif is dood, meneer.’
Ooit lag in een onoverzichtelijke bocht in Zuid-Frankrijk een das op de weg. Hij was niet dood, maar had kennelijk een flinke klap gekregen. Auto’s raasden, op het laatste moment uitwijkend, rakelings langs het dier. Ik probeerde het beest in de berm te krijgen, maar als ik hem aanraakte, haalde hij al blazend met een bek vol scherpe tanden naar mij uit. Uiteindelijk lukte het mij de das met een stok van de weg te schuiven. Automobilisten toeterden luidruchtig of wezen naar hun voorhoofd. Noch het verkeer, noch de das waren mij dankbaar voor deze redding. En ik besloot, hoewel een natuurliefhebber, in elk geval nooit een das in huis te nemen.
De das is in ons land een streng beveiligde diersoort. Dus jij hebt volledig gehandeld in de geest der wet. Jammer dat de das jouw ‘bemoeizorg’ niet op waarde wist te schatten. Was dat wel zo geweest, dan had je nu misschien een dassenburcht in je tuin gehad. Da’s logisch toch?
Misschien wel logisch en ik ben gek op burchten. Maar een das zie ik thuis toch liever als een warm wollen exemplaar aan de kapstok hangen.
Mooi verhaal weer, Ben. De wereld zou er anders uitzien als we onze drukke, vreemde en soms idiote mensenlevens eens zouden aanpassen aan die van de dieren. Maar ik ben bang dat dat een onhaalbare kaart zal worden.
Dit is wel precies wat Chloe Dalton in haar boek ‘Een haas in huis’ doet. Je leest hoe haar leven geleidelijk verandert als ze meedeint op het ritme van de natuur.
Het is mooi om als lezer even in die wereld te verdwijnen.
Navolgen is vers twee. Mij is dat met die egel in ieder geval niet gelukt.
Pracht blog weer Ben.
Ben ook een natuur mens, dieren maar ook planten.
Opgegroeid met vieze beesten (vliegen ed, mussen die het rieten dak beschadigen) door de jaren heen is dit veranderd in het beschermen er van. Het definitieve omslagpunt kwam door mijn kinderen, die vonden dat alles moest blijven leven. Dus veel muggen en vliegen naar buiten gewerkt.
Ook Egels in de tuin.
Mijn dochter was een jaar of 10 en wilde met vriendinnetje vallende sterren kijken op de trampoline. Op een gegeven moment vond ik het lang genoeg en vroeg of ze naar binnen kwamen. “We durven niet van de trampoline af, zo’n raar geluid”. De Egel dus.
Natuur en mens is een lastige samenwerking maar je best doen kan altijd.
Dank je wel!
Wat zei je dochter? ‘Het lijkt wel of er een sputterend espresso-apparaat onder de trampoline zit?’ 😊
Je toont je ook een ‘zachte kracht’ dat je zelfs vliegen levend naar buiten werkt. Mooi. Hou ik van.