
Mae West, sekssymbool uit de jaren dertig, kijkt een man aan die zichtbaar onder de indruk is en vraagt: ‘Is that a gun in your pocket, or are you just glad to see me?’ De prikkelende vraag maakt het ongemak voor de man nog groter.
Ongemak zit vaak in kleine dingen. Bijvoorbeeld zoals ik meemaakte tijdens een kerkdienst, waar ineens – ergens in een tasje – een telefoon afgaat. De eigenaresse heeft niets door. Het blijft maar doorgaan. De dominee legt de dienst stil. Pas als iemand haar aantikt, beseft ze dat het kabaal uit háár tasje komt. Ze drukt de beller weg en fluistert droog: ‘Het zal Onze Lieve Heer wel zijn geweest.’
We kennen ze allemaal: die kleine ongemakkelijke momenten. Een hand uitsteken terwijl de ander voor drie zoenen gaat. Afrekenen met een pinpas die het niet doet, terwijl de rij achter je groeit. Ook op televisie doen datingprogramma’s hun best: ongemak gegarandeerd.
Iedereen maakt ongemakkelijke momenten mee. Ik ook – bijvoorbeeld veertig jaar geleden. Ik ben dan nog fysiotherapeut. In de oefenzaal van het ziekenhuis staat een gewichtsloosheidssimulator voor mensen die te zwak zijn om te staan. Het apparaat trekt hen omhoog en neemt een deel van hun gewicht over. Zo kunnen ze oefenen met lopen, steunend op de leggers van een loopbrug.
Op een dag wordt een vrouw op een bed de oefenzaal ingereden. Gemotiveerd. Ze wil weer leren lopen. Samen met een collega hijsen we haar in het korset en hangen haar aan het apparaat. Ze zit op de rand van het bed en pakt de leggers stevig vast.
Ik draai aan de knop. De banden waarmee ze aan het apparaat hangt, trekken strak.
Ik kijk. Twijfel. Houden haar benen dit?
Ik draai een beetje verder.
Nog een beetje.
‘Ik hou het bijna niet meer,’ zegt ze.
Haar vingers knijpen nog wat steviger in de leggers.
Nog een beetje erbij.
‘O, o…’, kermt ze, ‘ik… hou het écht niet meer.’
Dan laten haar vingers los.
Ze stijgt op.
Heel langzaam.
Richting plafond.
Zweeft.
Tussen hemel en aarde.
Een ingedutte patiënt in een rolstoel is ineens klaarwakker – alsof hij naar een magische show van Hans Klok zit te kijken. Met een rood hoofd draai ik vliegensvlug de knop terug. Met de schrik in haar lijf maar zonder kleerscheuren belandt ze weer op de rand van haar bed.
Nooit voelde ik me zo ongemakkelijk. Ik troost me met de gedachte dat zelfs de wijste uil ooit een uilskuiken was.
Nooit voelde ik me zo ongemakkelijk. Ik troost me met de gedachte dat zelfs de wijste uil ooit een uilskuiken was.
Kan het nog erger? Misschien wel. Op een begrafenis. En opnieuw is een telefoon de oorzaak. Een bezoeker is met behulp van Google Maps naar het uitvaartcentrum gereden. Terwijl de overledene met mooie woorden wordt herdacht, klinkt plotseling een blikkerige stem door de zaal: ‘U heeft uw bestemming bereikt.’
Ben Tekstschrijver
De vraag naar aanleiding van dit blog kan er maar één zijn: wat was voor jouw een ongemakkelijke moment? Leuk als je dat durft te delen. Ik hoop op veel ‘ongemakkelijke’ reacties.
Meer dan 1000 vaste lezers gingen je voor.
Ben Tekstschrijver blogt ook op Zorgkaart Nederland, Mijnkwaliteitvanleven.nl, Taalvoutjes (Paus op non actief I Pferdreiten), Schrijven Online, D!scura, Nijkerk Nieuws en Aanlegplaats: thuishaven voor blogs vol literair talent en ook op Aanlegplaats: Ben de Graaf, het interview en De vangst van Ben de Graaf. En het meest recente blog dat Aanlegplaats uit mijn vijver ving.

Het eerste ongemakkelijke moment dat bij me opkomt, is van vroeger op mijn werk in Amsterdam Zuidoost. Ik ontving een journalist die bekend is van televisie. En ik zei “Volgens mij ken ik je ergens van”! Heel schaamtevol, want hij kende mij natuurlijk niet. En ik stond er even niet bij stil dat ik dus een bekende journalist ontving…
Misschien was de ‘bekende’ journalist wel blij dat hij een keer juist niet herkend werd…
Ik volgde bij Cap Gemini in de jaren tachtig een opleiding tot programmeur. Zes weken intensieve COBOL-training. Dat ging uitstekend; ik had het gevoel dat ik het vak aardig in de vingers had.
Vol goede moed begon ik aan mijn eerste opdracht bij KIWI in Rijswijk.
Ik ging achter mijn terminal zitten, opende de eerste bestanden… en keek naar RPG-files.
RPG. Een programmeertaal van IBM. Daar had ik tijdens die zes weken precies nul minuten les in gehad.
Op dat moment voelde ik me ongeveer zoals jouw patiënte: even los van de grond, zonder enig idee hoe ik weer veilig moest landen.
Gelukkig kwam het uiteindelijk allemaal goed. Maar dat eerste uur vergeet ik nooit meer. Achteraf is ongemak vaak gewoon de eerste versie van een mooi verhaal.
Het ongemak zou hier meer bij de opleiders van Cap Gemini moeten zitten, lijkt me.
Je hebt weer het beste voor het laatst bewaard!
Dank voor jouw oproep om iets te delen waar je je voor schaamt. Iedereen kent wel van die ongemakkelijke momenten, en ik vind het vooral mooi dat jij ervoor uit durft te komen. Dat verdient eigenlijk meer respect dan schaamte.
Zelf heb ik ook zo’n moment gehad. Het moet ergens tussen 1986 en 1990 zijn geweest. Wij woonden destijds nog in Hellevoetsluis en gingen naar Rotterdam voor een groot concert van Eric Clapton en Elton John. Een fantastische combinatie, en het concert was werkelijk geweldig. Ik weet nog dat John liedjes zong van zijn nieuwste cd The One met het geweldige nummer Simple Life.
Zoals iedereen weet, is parkeren rondom De Kuip altijd een uitdaging. Daarom deden wij wat zoveel bezoekers deden: met ons autootje de woonwijk in op zoek naar een plekje. Na enig zoeken zag ik een prachtige parkeerplaats langs een singel. Voor de niet-Rotterdammers: wat wij daar een singel
noemen, zouden ze hier waarschijnlijk een sloot noemen.
Ik reed over de stoep, manoeuvreerde de auto netjes op zijn plek en stapte tevreden uit. Op dat moment viel mijn oog op de auto naast mij. Onder de ruitenwisser zat een geel briefje. Nieuwsgierig liep ik erheen en zag direct wat het was: een parkeerbon.
Toen kreeg ik een ingeving waarvan ik op dat moment dacht dat die briljant was. Ik pakte de parkeerbon van de andere auto, legde die onder mijn eigen ruitenwisser en dacht tevreden: mooi, dan hebben ze gezien dat hier al een bon ligt en ben ik in ieder geval gedekt.
Terwijl ik wegliep draaide ik me nog één keer om. En daar stond, op nog geen twintig meter afstand, een grote politiebus. Het raampje stond open en een agent hing ontspannen met zijn arm naar buiten. Met een brede glimlach keek hij precies mijn kant op. Op dat moment wist ik eigenlijk al genoeg.
Maar goed, ik besloot me niet uit het veld te laten slaan. Ik knikte vriendelijk en zei: “Goedendag meneer, fijne dag.”
De agent bleef glimlachen.
Wij genoten vervolgens van een fantastisch concert en eerlijk gezegd was ik die hele parkeeractie alweer bijna vergeten. Totdat we later die avond terugkwamen bij de auto. En ja hoor, daar zat inderdaad een parkeerbon onder mijn ruitenwisser.
Toen ik beter keek, zag ik dat de agent er een persoonlijke boodschap op
had geschreven:
“Beste meneer, nu heeft u weer uw eigen boete terug. Met vriendelijke
groet.”
Ik kon er alleen maar om lachen. Natuurlijk was ik betrapt en natuurlijk kostte het me geld, maar de humor en vriendelijkheid waarmee die agent ermee omging maakten mijn avond eigenlijk compleet. En in mijn hoofd hoorde ik de echo van het concert:
And I won’t break, and I won’t bend
But someday soon we’ll sail away
To innocence and the bitter end
And I won’t break, and I won’t bend
And with the last breath we ever take
We’re gonna get back to the simple life again
Ik voeg hier graag een anekdote aan toe, die in ongeveer dezelfde setting speelde. Namelijk tijdens een concert van Tina Turner, in de Arena. Het was een van de eerste concerten in de Arena, de omgeving was nog niet zo bebouwd als nu. Tina Turner trad drie avonden op voor een vol stadion.
Kennissen gaan de derde avond. Ze parkeren in de omgeving. Op weg naar het stadion zien ze in de begroeiing een aantal volrijpe bramen hangen. De verleiding om ze te plukken is groot, maar ze laten ze hangen.
Na het concert lopen ze weer langs de bramenstruiken. Daar staat een hele rij mannen tegen de struiken hun blaas te ledigen. Dat was natuurlijk de twee eerdere avonden ook gebeurd.
De kennissen voelden een groot ongemak bij de gedachte dat ze zomaar een aantal ‘bespoten’ bramen hadden kunnen eten.
Ja Ben uit het leven gegrepen! Met plezier gelezen weer.
Een secretaresse uit pure belangstelling vragen of ze zwanger is. Het antwoord: “Nee hoor!”. Met een blik op jou gericht om je reactie te zien. Niet de lucht in maar door de grond gaan.
Mooie vakantie!
O wee, dit is een pijnlijke klassieker.
Zo’n 45 jaar geleden was ik regie assistente bij een toen nog hele jonge omroep.
Voor een werkbezoek moest ik op een dag naar Grave.
Omdat ik in Nijkerk woonde en de rest die ook
daarheen moest in Hilversum, zei ik dat ik er wel alleen naar toe zou rijden.
Thuis uitgebreid op de kaart gekeken (die gebruikte je toen natuurlijk) dacht ik dat ik Grave makkelijk zou kunnen vinden…….Ik was even vergeten dat kaartlezen niet mijn beste ding was. Al gauw raakte ik verdwaald.
Besloot bij een benzinestation een nieuwe kaart te kopen en zag dat ik veel, maar dan ook veel te laat voor de afspraak zou zijn. En er waren toen natuurlijk nog geen mobiele telefoons.
Ik ben rechtstreeks terug gereden en nooit in Grave aangekomen!!
Jaren later moest ik dat nog horen van de mensen die er wél waren geweest. En zelfs kreeg ik, nog jaren later, een ansichtkaartje: “met de groeten uit Grave”!
Achteraf kun je er allemaal om lachen maar toen vond ik het hele ongemakkelijke momenten!!
‘Dingen wie je niet liggen, doe die dan ook niet,’ zei Johan Cruijff ooit nadat Seedorf wederom een strafschop had gemist.
Kaartlezen ligt jou blijkbaar niet. Maakt niet uit: het levert wel een prachtig verhaal aan de borreltafel op.
Jaren geleden, het was een warme zomerdag, liep ik met mijn hond op een verlaten slingerend bergpad, als er een montainbiker voorbij fietst. Zo’n 30 meter verderop stapt hij van zijn fiets en kijkt achterom mijn kant op.
Het is een grote man met helm en zonnebril op, hij blijft maar mijn kant op kijken…
Ik voel mijn hart sneller kloppen en bonzen in mijn keel. Van mijn hond hoef ik geen hulp te verwachten, die allemansvriend. Intussen bekijk ik hoe ver ik met een bocht om hem heen kan lopen en bedenk, mocht hij aanvallen, hoe ik ga slaan en schoppen. Net toen ik de bocht ging nemen hoorde ik in de verte achter mij ‘joehoee’ roepen, de man lacht en zwaait en er komt een breedlachse vrouw aan fietsen.
Oef, wat een opluchting… maar ook wat een schaamte! Het stel fietste druk pratend verder.
Fijne vakantie Ben.
Haha, een mooi voorbeeld van ‘never judge a book by it’s cover’.
En stel: die joehoee-vrouw was nog wat verder achtergebleven, jij was die man gepasseerd en hij had een onverwachtse beweging gemaakt. Stel je voor dat jij dan als een bezetene was gaan schoppen en slaan. En terwijl je hem een knietje in zijn kruis geeft en hem vol op zijn neus timmert, hoor je achter je: joehoee..!!!
Dan was het pas écht ongemakkelijk geweest.
Dit heeft toch iedereen wel meegemaakt? Leuk ook de verhalen in de reacties. Het gezegde over het uilskuiken kende ik nog niet.
Fijne zomer/ vakantie
Haha, dat ‘gezegde’ heb ik zelf verzonnen, dus het klopt dat je deze nog niet eerder hebt gehoord…😉
Jaren geleden, ik was nog leerling verpleegkundige, liepen we met een aantal collega’s, allen natuurlijk in het witte uniform, een zaal op. Destijds had je reclame van een wasmiddel, de witte tornado. Dat wilde ik zeggen, maar ik zei per ongeluk, al die zusters het lijkt wel een witte vloed. Gelukkig had maar één collega het gehoord.
Haha…
Er is nog een variant: in 1989 kwamen de protesten van verpleegkundigen en ander zorgpersoneel voor betere arbeidsvoorwaarden tot een hoogtepunt. Met bussen vol trokken we naar het Malieveld in Den Haag. Ik ook.
Dit werd in de pers de ‘Witte Woede’ genoemd.
Op de camping. Het was 1974, kort na de verloren wedstrijd. Ik stond met handdoek en toilettas te wachten voor het douchehokje. De man voor het hokje naast me was al naar binnen. Ik wachtte voor mijn hokje. Ik verveelde me, droomde van een mobiel. Naast me doemde alweer iemand anders op. Ik knikte hem toe. Het deurtje van zijn hokje ging open. Zijn man was klaar en ik stond weer alleen. Ik klopte zachtjes op mijn hokje en vroeg of het nog lang zou duren. ‘Beruhige dich bitte’, ving ik op. Mijn geduld begon op te raken. Ik klopte dwingender en schreeuwde bijna dat het nu wel mooi was geweest. ‘Es hält nicht lange’ klonk er vriendelijk. Ik ontplofte bijna. Eindelijk ging het hokje open. Mijn boosheid moest eruit. Nu. Net op tijd zag ik dat de man een been miste….
Oeps, entschuldigung…
Oh Ben, die laatste lijkt op mijn Ikje die nooit gepubliceerd is:
Een van onze collega’s bezoekt met haar stokoude moeder mijn moestuin.
Ze hebben moeite gehad om de weg te vinden. De TomTom stopte onderweg dus…!
Eindelijk staan ze bij mijn tuinhek. Moeder is uitgeput.
Dan klikt plots uit de tas van mijn collega: bestemming bereikt.
Mijn tuin heet ….De Hemel!
Hemeltje lief…
Ongemakkelijk moment. Ik land vanuit Ierland op Schiphol en loop met mijn koffer door de aankomsthal. Iemand tikt mij op mijn schouder en wijst op de grond. Achter mijn bagage loopt een bloedrode streep dwars door Schiphol. De man kijkt me aan of ik een lijk in mijn bagage heb. Na opening van mijn koffer ken ik de oorzaak en direct ook de dader. Mijn vrouw bleef wat langer dan ik bij haar familie in Ierland en dacht alvast wat zaken in mijn koffer te stoppen. Waaronder een van haar favorieten: pickled Irish beetroot. Lekker, maar dan moet er niet zo’n pot op de bagageband sneuvelen. En al helemaal niet als ik nergens van wist….
Haha, Ad the Killer… 🪓
Hilarisch verhaal, Ben, net als die in de reacties. Voeg graag de mijne eraan toe. Een kolossale blunder die dateert van toen ik nog als geestelijk verzorger werkzaam was in het ziekenhuis. Op gezette tijden hadden we als Hilversumse collega’s een overleg waarbij we een theologisch onderwerp bij de kop pakten. Om de beurt waren we gastheer of gastvrouw. Toen ik aan de beurt was hadden we een pastoraal onderwerp bij de kop: hoe sta je mensen bij die een kind hadden verloren, ook: vrouwen die een miskraam hadden gehad, of een vroeggeboorte, waarbij het kindje al gestorven was of na enkele dagen gestorven was. Daarbij kwamen ook de eigen ervaringen aan bod. Zo was de sfeer wel. Na afloop zaten we nog even geanimeerd na te praten. Toen een vrouwelijke collega van het toilet kwam en weer naar haar plaats liep, zag ik dat ze een behoorlijk dikke buik had, echt tonnetjerond. Die is zeker een paar maanden heen, dacht ik. Ze had niet veel gezegd en ik kende haar nog niet zo goed. Spontaan flapte ik eruit: wel een confronterend onderwerp misschien voor jou, terwijl je zwanger bent. Ze stond stokstijf stil en zei: zwanger, zwánger. Ik ben achtenveertig jaar en ben gewoon veel te dik. Dat heb ik weer verzuchtte ze er achteraan. Je begrijpt, Ben, dat ik hoopte dat de aarde me zou verzwelgen. Er heerste doodse stilte. Ik stamelde beschaamd mijn excuses. Na nog een paar algemene en nietszeggende opmerkingen droop de éen na de ander af en bleef ik beschaamd achter. Heb haar nog een keer een mailtje gestuurd maar het mocht niet baten: nooit antwoord gekregen. Ik had het goed verbruid. Maar ze zag er nog zo jong uit!
Haha: zwanger? Zwanger? Ik ben achtenveertig en gewoon veel te dik.
Dit is een klassieker. Ik snap dat zo iemand na zo’n vergissing even chagrijnig is, maar dat zo’n persoon dagen daarna nog steeds beledigd is, vind ik nogal kleinzielig. Zeker omdat zo iemand ook kan bedenken dat de persoon die de foute opmerking maakt, zich daar ook vervelend onder voelt.