Bespiegeling over Vader Tijd en Moeder Natuur

Ben staat op de Stiltedag in De Eshof voor zijn eigen spiegel en 'reflecteert' op zijn eigen tekst in de spiegel.
Reflecteren op de Stiltedag. (Graveren tekst: Herman Julsing en Sjoukje van Houten)

Op de Stiltedag van kerkgemeente De Eshof doe ik mee met een spiegel. Er staan twee vragen in gegraveerd: ‘Verzoen ik me met Vader Tijd?’ en ‘Voel ik me kind van Moeder Natuur?’ Ik kijk naar mezelf en denk: hoe sta ík hierin? Een bespiegeling.

Deel dit blog

In mijn eerste opwelling wil ik antwoorden met een volmondig ‘ja’. Want ja, als ik dat doe, ben ik in harmonie met de kosmos, mijn omgeving en mezelf. Dan accepteer ik dat ouderdom gebreken met zich meebrengt. Dan glimlach ik als Vader Tijd mij – en nu citeer ik mijn goede vriend Gerhard – een ‘gezonde aftakeling’ gunt. Dan leg ik me neer bij wat Moeder Natuur voor mij in petto heeft, zoals Sonja Barend zich verzoent met de extra rimpels die ze elk jaar weer cadeau krijgt. In tegenstelling tot Linda de Mol, die met behulp van de plastisch chirurg het gevecht juist aangaat tegen de tekenen des tijds.
En ja, natuurlijk ben ik onderdeel van het Grote Geheel. Als ik net als Major Tom van David Bowie in mijn tin can – far above the world – op ons gemier neerkijk, voel ik me een nietige loot aan de stam van Moeder Natuur.

Dus ik beantwoord beide vragen graag met ‘ja’. Maar…

…wacht even. Waarom ga ik dan naar de sportschool en de tennisbaan? Waarom smeer ik hydraterende anti-aging bodylotion op mijn huid? Waarom ren ik wekelijks door het bos? Omdat ik graag vitaal oud wil worden.
Passief berusten in het onvermijdelijke noodlot? Daar ben ik niet van. Het (nood)lot zelfs omarmen en tegenslagen vooral zien als kansen voor persoonlijke groei, zoals Nietsche voorstelt met zijn amor fati? Tsja…
Blijkbaar verstop ik me liever nog wat voor Vader Tijd.

Afgelopen jaar las ik het boek Op een andere planeet kunnen ze me redden van filosoof Lieke Marsman. Op haar 27ste krijgt zij te horen dat ze een zeldzame vorm van kraakbeenkanker heeft. De kanker zaait uit naar haar rechterarm. De enige optie is een amputatie. De artsen beginnen over ‘kwaliteit van leven’ en raden haar de behandeling af: die is zwaar en zal haar verminken. Maar de voormalig Dichter des Vaderlands denkt: wat heb ik eraan níet verminkt te zijn als ik dood ben? Ik leef maar één keer. Haal die arm eraf, al win ik er maar een paar maanden mee.

Lieke Marsman kiest voor hoop. Doodgaan met hoop – hoe vergezocht en onrealistisch ook – is nog altijd beter dan hopeloze berusting.

Ze kiest voor hoop. Dat wil ze: hoop! Daarom verdiept zij zich ook in God en ufo’s. Misschien kunnen ze haar op een andere planeet redden. Zij zegt: doodgaan met hoop – hoe vergezocht en onrealistisch ook – is nog altijd beter dan hopeloze berusting. Hoop doet leven.
Ze is nu acht jaar verder. Ze leerde zelfs met haar linkerarm tennissen, want haar tennisplezier wilde ze onder geen beding opgeven.

Ik bewonder Lieke Marsman om haar strijdbaarheid. Zij is niet het type dat zich snel verzoent met Vader Tijd – om de dooie dood niet. En ik? Wat zie ik als ik in de spiegel kijk? Wat doe ik in zo’n situatie? Ik hoop dat Vader Tijd me genoeg wijsheid geeft om het moment te herkennen waarop overgave beter is dan strijd. En dat ik dan warm ontvangen word in de schoot van Moeder Natuur.

Maar pas dan.
Nu eerst mijn tas pakken voor de sportschool.

Ben Tekstschrijver

Als jij in deze spiegel kijkt en je ziet de vragen: ‘Verzoen ik me met Vader Tijd? en ‘Voel ik me kind van Moeder Natuur?’ Wat is jouw ‘reflectie’ daar dan bij? Reacties zijn weer van harte welkom.

Deel dit blog

Reacties Geef een reactie

  1. Mooi stuk Ben!. Licht, persoonlijk en tegelijk scherp filosofisch, zonder zwaar te worden. De spanning tussen berusting en verzet wordt nergens opgelost — en dat hoeft ook niet. Juist dat “maar pas dan” aan het eind maakt het sterk: wijsheid als timing, niet als principe. En ondertussen gewoon je tas pakken voor de sportschool. Dat is geen inconsistentie, dat is leven.

    Ouder worden is een vreemd soort hobby. Je schrijft je er niet voor in, je kunt niet opzeggen, maar je wordt er elke dag beter in. Of slechter — dat hangt een beetje af van hoe je het bekijkt en of je vanochtend je sokken zonder hulpmiddelen hebt aangetrokken.

    Ik probeer het te zien als gezond aftakelen. Niet krampachtig vasthouden aan hoe het was, maar met enige waardigheid accepteren dat sommige functies inmiddels een onderhoudscontract nodig hebben. Het lichaam doet niet alles meer automatisch, maar het moreel draait nog prima. Soms zelfs beter dan vroeger, want er is minder ruis. Je weet wat ertoe doet en wat niet. En vooral: wat het niet meer waard is om je druk over te maken.

    Epicurus zei het al: ‘Zolang wij er zijn, is de dood er niet; en als de dood er is, zijn wij er niet meer.’
    Vergankelijkheid is vanuit dat perspectief eigenlijk best logisch. Voor mijn geboorte was ik er ook niet. Dat heb ik nooit als problematisch ervaren. Geen klachten, geen gemis, geen existentiële stress. Waarom zou het daarna ineens anders zijn?
    Die gedachte werkt verrassend kalmerend. Ze haalt de scherpe randjes van de angst af en laat vooral ruimte voor… ja, leven.

    En als het einde ooit komt — tja. Dan keer ik terug naar een toestand waar ik al eens probleemloos in verkeerde. Dat stelt gerust. Tot die tijd blijf ik oefenen in loslaten, lachen om mijn eigen gebreken en het koesteren van wat er nú is. Want vergankelijkheid is geen vijand. Het is simpelweg de reden dat dit moment ertoe doet.

    Ik ben dus niet bang voor het einde. Ik heb alleen liever dat het me voorlopig nog even niet lastigvalt.

  2. Vader Tijd.
    Alleen al die opzichtige hoofdletters irriteren me. Alsof je tegen hem op moet kijken. Respect moet betonen. Als de tijd om de hoek komt kijken is dat bij mij meestal een teken dat mijn aandacht wegglijdt van waar ik nou net zo lekker mee bezig was. Iedere vakantie belandt in een neerwaartse spiraal op het moment dat ik me realiseer dat het einde in zicht komt. Draai je nog lekker een keertje om, gaat de wekker. Ben je verdiept in een boek, roept je vrouw dat ‘we toch echt weg moeten nou’. Nee, vadertje tijd kan me de bout hachelen.

    Moedertje natuur.
    Nee, geef mij maar moedertje natuur. Je laten betoveren door, ik noem maar wat, zoiets simpels als een mooie oude boom. Stilstaan bij de gedachte dat die boom er al was toen jij er nog niet was en dat die er nog zal zijn als jij er allang niet meer bent. Dat eenvoudige besef is goud waard.

    1. Ik heb gekozen voor hoofdletters omdat ik op internet bij Vader Tijd ook overal hoofdletters tegenkom, bij voorbeeld bij Wikipedia. Als ‘vadertje tijd’ om de hoek komt kijken, is het vaak negatief. Zoals je beschrijft: de vakantie belandt in neerwaartse spiraal als het eind in zicht komt. Enzovoort.
      Ik heb gekozen voor Vader Tijd – in plaats van Vadertje Tijd – omdat Vader Tijd ook wijsheid kan brengen.
      Maar dat je liever op schoot zit bij Moeder Natuur, begrijp ik.

  3. Vader Tijd en Moeder Natuur. Aha, denk ik na het lezen van je heerlijk blog. Ze zijn warempel een echt koppel. Dat zeg ik in het jaar dat ik besloot mijn grijze haren niet meer te verven, maar ze te laten shinen. Al ontkleurend leverde dit fors wat duellerende gesprekken op in mijn hoofd. Pff, ik zie er nu echt ouder uit! Wil ik dit wel? etc. En dan kende ik de spiegelvragen geeneens! Kun je nagaan Ben, wat je blog nu met mij deed. Echter, acceptatie van “er minder Indisch uitzien” (vond ik), is alsnog in gang gezet. En helpt om rustig(er) na te denken over de 2 vragen. Een leuk klusje, terwijl ik m’n padelracket en spinningfiets even aan de kant zet….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *