Erwin Olaf en David Bowie in de wolken

Erwin Olaf als zanger en boegbeeld van de band Mannekino
Erwin Olaf treedt in 1979 op in theater De Flint als zanger van de band Mannekino.

Ik lees de lijvige biografie van topfotograaf Erwin Olaf en bezoek zijn postume tentoonstelling in het Stedelijk. Tegelijk is het tien jaar geleden dat David Bowie overleed. Bowie had grote invloed op Erwin Olaf. Ze hebben elkaar nooit ontmoet. In dit blog gebeurt dat wel.

Deel dit blog

Erwin Olaf (1959) verhuist in 1967 met het gezin Springveld mee naar Hoevelaken. Zijn broers Jos en Ron zijn avontuurlijk, sportief, te vinden op het voetbalveld. Erwin blijft liever bij zijn moeder. In het dorp is hij een vreemde eend in de bijt. Hij is ‘anders’.
Als tiener ziet hij Bowie in TopPop het nummer Rebel Rebel playbacken – met rood geverfd haar, ooglapje, strakke rode tuinbroek en plateauzolen. Erwin wordt weggeblazen door deze excentrieke verschijning. Het lijkt of Bowie hem persoonlijk toezingt: je moeder is in de war omdat ze niet weet of jij een jongen of een meisje bent. Ineens beseft hij: ik mág anders zijn. Zijn liefde voor Bowie is blijvend.

In 1979 vraagt Jos mij en een aantal andere voetbalvrienden mee naar theater De Flint in Amersfoort. Daar treedt een band op: Mannekino. De naam is afgeleid van ‘mannequin’, naar een boek van Sybren Polet waarin etalagepoppen en mensen moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn. Erwin is de zanger en heeft familie en vrienden opgetrommeld om de zaal vol te krijgen. Geïnspireerd door Bowie heeft hij zijn haar strak achterover gekamd, zijn gezicht wit geschminkt en zijn lippen rood gestift. De show is theatraal. Zo verschijnt een vriend van Erwin als ladyspeaker in een bevallig jurkje. Ik weet op dat moment nog niet goed waar ik naar kijk. Het voelt vooral vreemd. Ik zie nog niet dat hier een zanger staat die net als David Bowie vecht ‘voor de vrijheid van het anders zijn’.

Een jaar eerder had hij zijn held bijna ontmoet. Bowie komt in 1978 voor zijn Stage World Tour naar Ahoy. Erwin studeert aan de School voor Journalistiek. Hij hoort dat de popster in het Amstel Hotel logeert. Met een vriend glipt hij langs de portier, via een kamermeisje zien ze de kamerlijst. En daar staat het: Suite 7, D. Bowie.
Achter de deur horen ze gelach en muziek. Nog één stap. Nog één klop. Maar Erwin durft niet. Ze gaan terug naar beneden en wachten buiten. Als Bowie naar buiten komt en in een limousine stapt, krijgt Erwin geen woord uit zijn mond. Hij maakt wel een foto. Eén foto. Zijn eerste persfoto ooit. In de donkere kamer verschijnt slechts een vage schim. De foto is mislukt.

Zijn hele leven blijft hij boos op zichzelf dat hij niet durfde aan te kloppen, schrijft Mischa Cohen in de 650 pagina’s tellende Erwin Olaf-biografie ‘Hard werken, hard feesten’. Erwin besluit dat hij voortaan zélf wil bepalen of een foto scherp of onscherp is. Hij wil zich het ambacht van fotografie eigen maken. De kiem van zijn latere kunstenaarschap wordt hier gelegd.

Hoe zou hun ontmoeting eruit hebben gezien? Voor mijn geestesoog verschijnen de twee grote kunstenaars op een witte trap voor de hemelpoort.

Eén klop op de deur verwijderd van een ontmoeting. Een fysieke ontmoeting tussen Erwin Olaf en David Bowie vindt daarna nooit plaats. Hoe zou hun ontmoeting eruit hebben gezien? Voor mijn geestesoog verschijnen de twee grote kunstenaars op een witte trap voor de hemelpoort.

‘Zo,’ zegt Bowie, ‘dus dit is de afterparty?’
Erwin kijkt rond. ‘Veel wit. Weinig contrast.’
Ze staan op en lopen over een vloer van wolken.
‘Misschien moeten we het hier wat anders inrichten,’ zegt Erwin. ‘Doe jij het geluid, doe ik het beeld.’
Dan verschijnt een engel. ‘Kom heren, we moeten door. De eeuwigheid wacht.’
‘Waar ga jij naartoe?’ vraagt Erwin.
‘Ik zoek een experimentele ruimte, een geestverruimende plek.’
‘Oké, succes,’ zegt Erwin. ‘Ik heb hier een eigen studio gekregen. Een godsgeschenk.’
Ze lopen door de poort. En vervagen – als een foto in een donkere kamer die langzaam de omgekeerde weg volgt.

Ben Tekstschrijver

Wat is jouw reactie op dit blog? Een vraag zou kunnen zijn: hoe verloopt in jouw verbeelding een ontmoeting voor de hemelpoort tussen Erwin Olaf en David Bowie?

Deel dit blog

Reacties Geef een reactie

  1. In mijn verbeelding is er helemaal geen hemelpoort. Alleen een lange gang die nergens lijkt te beginnen of te eindigen, met tl-licht dat zacht zoemt. David Bowie leunt tegen de muur, slank, elegant, alsof wachten ook een performance kan zijn. Hij kijkt niet op als Erwin Olaf dichterbij komt.

    Olaf ziet hem meteen, maar doet alsof hij eerst de ruimte inspecteert. Hij knijpt zijn ogen samen, alsof hij het licht wil corrigeren dat hier blijkbaar door niemand is ontworpen.

    ‘Dit is dus het hiernamaals,’ zegt Olaf. ‘Ze hadden best een artdirector mogen inhuren.’

    Bowie lacht kort. ‘Misschien wachten ze op jou.’

    Even staan ze zwijgend naast elkaar.

    Dan verschijnt er een deur die er eerst niet was. Eenvoudig, hotelachtig bijna. Alsof hij ergens in Amsterdam thuishoort.

    Bowie kijkt ernaar, dan naar Olaf.
    ‘Deze ken je.’

    Olaf zegt niets.

    Achter de deur klinkt gedempt gelach. Muziek. Iemand loopt voorbij. Het moment hangt in de lucht, precies zoals toen.

    Bowie stapt opzij.

    ‘Dit keer klop jij.’

    Olaf blijft even staan, alsof veertig jaar zich in die paar seconden samendrukken. Dan heft hij zijn hand — zonder aarzeling — en klopt.

    De deur gaat open.

    Warm licht stroomt de gang in.

    Bowie knikt tevreden.
    ‘Zie je wel. Zo moeilijk was het niet.’

    Olaf glimlacht.
    ‘Ik moest er alleen even naartoe groeien.’

    Ze stappen samen naar binnen.

    De deur blijft openstaan, alsof hij nooit meer dicht hoeft.

  2. Ze zijn op dit moment vast hemel en aarde aan het bewegen om hier weer terug te keren om hun erfenis te verdedigen.

    Die erfenis: ‘Je mag hier zijn wie je bent’.

    De kans dat we ze weer mogen verwelkomen lijkt vrij klein. Het privilege van terugkeer is immers slechts aan een enkeling voorbehouden.

    Dan rest ons niets anders dan die verdediging zelf op ons te nemen. In naam van David Bowie & Erwin Olaf!

    1. Ik onderschrijf je oproep van harte. Dit is precies waarom ik van beide kunstenaars hou. Beiden hebben ze een leven lang hun talenten ingezet om de vrijheid te bevechten dat je ‘mag zijn die je wilt zijn’. In naam van Erwin Olaf en David Bowie: doe open de poort…

  3. Profeten en inspirators worden vaak pas geëerd en begrepen na hun dood. Hopelijk ook bij hen. Daar hebben ze dan wel weer mensen voor nodig.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *