
Op de Stiltedag van kerkgemeente De Eshof doe ik mee met een spiegel. Er staan twee vragen in gegraveerd: ‘Verzoen ik me met Vader Tijd?’ en ‘Voel ik me kind van Moeder Natuur?’ Ik kijk naar mezelf en denk: hoe sta ík hierin? Een bespiegeling.
In mijn eerste opwelling wil ik antwoorden met een volmondig ‘ja’. Want ja, als ik dat doe, ben ik in harmonie met de kosmos, mijn omgeving en mezelf. Dan accepteer ik dat ouderdom komt met gebreken. Dan glimlach ik als Vader Tijd mij – en nu citeer ik mijn goede vriend Gerhard – een ‘gezonde aftakeling’ gunt. Dan leg ik me neer bij wat Moeder Natuur voor mij in petto heeft, zoals Sonja Barend zich verzoent met de extra rimpels die ze elk jaar weer cadeau krijgt. In tegenstelling tot Linda de Mol, die met behulp van de plastisch chirurg het gevecht juist aangaat tegen de tekenen des tijds.
En ja, natuurlijk ben ik onderdeel van het Grote Geheel. Als ik net als Major Tom van David Bowie in mijn tin can – far above the world – op ons gemier neerkijk, voel ik me een nietige loot aan de stam van Moeder Natuur.
Dus ik beantwoord beide vragen graag met ‘ja’. Maar…
…wacht even. Waarom ga ik dan naar de sportschool en de tennisbaan? Waarom smeer ik hydraterende anti-aging bodylotion op mijn huid? Waarom ren ik wekelijks door het bos? Omdat ik graag vitaal oud wil worden.
Passief berusten in het onvermijdelijke noodlot? Daar ben ik niet van. Het (nood)lot zelfs omarmen en tegenslagen vooral zien als kansen voor persoonlijke groei, zoals Nietsche voorstelt met zijn amor fati? Tsja…
Blijkbaar verstop ik me liever nog wat voor Vader Tijd.
Afgelopen jaar las ik het boek Op een andere planeet kunnen ze me redden van filosoof Lieke Marsman. Op haar 27ste krijgt ze een zeldzame vorm van kraakbeenkanker. De kanker zaait uit naar haar rechterarm. De enige optie is een amputatie. De artsen beginnen over ‘kwaliteit van leven’ en raden haar de behandeling af: die is zwaar en zal haar verminken. Maar de voormalig Dichter des Vaderlands denkt: wat heb ik eraan níet verminkt te zijn als ik dood ben? Ik leef maar één keer. Haal die arm eraf, al win ik er maar een paar maanden mee.
Lieke Marsman kiest voor hoop. Doodgaan met hoop – hoe vergezocht en onrealistisch ook – is nog altijd beter dan hopeloze berusting.
Ze kiest voor hoop. Dat wil ze: hoop! Daarom verdiept zij zich ook in God en ufo’s. Misschien kunnen ze haar op een andere planeet redden. Zij zegt: doodgaan met hoop – hoe vergezocht en onrealistisch ook – is nog altijd beter dan hopeloze berusting. Hoop doet leven.
Ze is nu acht jaar verder. Ze leerde zelfs met haar linkerarm tennissen, want haar tennisplezier wilde ze onder geen beding opgeven.
Ik bewonder Lieke Marsman om haar strijdbaarheid. Zij is niet het type dat zich snel verzoent met Vader Tijd – om de dooie dood niet. En ik? Wat zie ik als ik in de spiegel kijk? Wat doe ik in zo’n situatie? Ik hoop dat Vader Tijd me genoeg wijsheid geeft om het moment te herkennen waarop overgave beter is dan strijd. En dat ik dan warm ontvangen word in de schoot van Moeder Natuur.
Maar pas dan.
Nu eerst mijn tas pakken voor de sportschool.
Ben Tekstschrijver
Ds. Ellie Boot citeert in preek uit dit blog (beeldfragment)
Als jij in deze spiegel kijkt en je ziet de vragen: ‘Verzoen ik me met Vader Tijd? en ‘Voel ik me kind van Moeder Natuur?’ Wat is jouw ‘reflectie’ daar dan bij? Reacties zijn weer van harte welkom.
Bijna 1000 vaste lezers gingen je voor.
Ben Tekstschrijver blogt ook op Zorgkaart Nederland, Mijnkwaliteitvanleven.nl, Taalvoutjes (Paus op non actief I Pferdreiten), Schrijven Online, D!scura, Nijkerk Nieuws en Aanlegplaats: thuishaven voor blogs vol literair talent en ook op Aanlegplaats: Ben de Graaf, het interview en De vangst van Ben de Graaf.

Mooi stuk Ben!. Licht, persoonlijk en tegelijk scherp filosofisch, zonder zwaar te worden. De spanning tussen berusting en verzet wordt nergens opgelost — en dat hoeft ook niet. Juist dat “maar pas dan” aan het eind maakt het sterk: wijsheid als timing, niet als principe. En ondertussen gewoon je tas pakken voor de sportschool. Dat is geen inconsistentie, dat is leven.
Ouder worden is een vreemd soort hobby. Je schrijft je er niet voor in, je kunt niet opzeggen, maar je wordt er elke dag beter in. Of slechter — dat hangt een beetje af van hoe je het bekijkt en of je vanochtend je sokken zonder hulpmiddelen hebt aangetrokken.
Ik probeer het te zien als gezond aftakelen. Niet krampachtig vasthouden aan hoe het was, maar met enige waardigheid accepteren dat sommige functies inmiddels een onderhoudscontract nodig hebben. Het lichaam doet niet alles meer automatisch, maar het moreel draait nog prima. Soms zelfs beter dan vroeger, want er is minder ruis. Je weet wat ertoe doet en wat niet. En vooral: wat het niet meer waard is om je druk over te maken.
Epicurus zei het al: ‘Zolang wij er zijn, is de dood er niet; en als de dood er is, zijn wij er niet meer.’
Vergankelijkheid is vanuit dat perspectief eigenlijk best logisch. Voor mijn geboorte was ik er ook niet. Dat heb ik nooit als problematisch ervaren. Geen klachten, geen gemis, geen existentiële stress. Waarom zou het daarna ineens anders zijn?
Die gedachte werkt verrassend kalmerend. Ze haalt de scherpe randjes van de angst af en laat vooral ruimte voor… ja, leven.
En als het einde ooit komt — tja. Dan keer ik terug naar een toestand waar ik al eens probleemloos in verkeerde. Dat stelt gerust. Tot die tijd blijf ik oefenen in loslaten, lachen om mijn eigen gebreken en het koesteren van wat er nú is. Want vergankelijkheid is geen vijand. Het is simpelweg de reden dat dit moment ertoe doet.
Ik ben dus niet bang voor het einde. Ik heb alleen liever dat het me voorlopig nog even niet lastigvalt.
Wat een prachtige en persoonlijke aanvulling. Dankjewel Gerhard.
Mooi Ben!
Vader Tijd.
Alleen al die opzichtige hoofdletters irriteren me. Alsof je tegen hem op moet kijken. Respect moet betonen. Als de tijd om de hoek komt kijken is dat bij mij meestal een teken dat mijn aandacht wegglijdt van waar ik nou net zo lekker mee bezig was. Iedere vakantie belandt in een neerwaartse spiraal op het moment dat ik me realiseer dat het einde in zicht komt. Draai je nog lekker een keertje om, gaat de wekker. Ben je verdiept in een boek, roept je vrouw dat ‘we toch echt weg moeten nou’. Nee, vadertje tijd kan me de bout hachelen.
Moedertje natuur.
Nee, geef mij maar moedertje natuur. Je laten betoveren door, ik noem maar wat, zoiets simpels als een mooie oude boom. Stilstaan bij de gedachte dat die boom er al was toen jij er nog niet was en dat die er nog zal zijn als jij er allang niet meer bent. Dat eenvoudige besef is goud waard.
Ik heb gekozen voor hoofdletters omdat ik op internet bij Vader Tijd ook overal hoofdletters tegenkom, bij voorbeeld bij Wikipedia. Als ‘vadertje tijd’ om de hoek komt kijken, is het vaak negatief. Zoals je beschrijft: de vakantie belandt in neerwaartse spiraal als het eind in zicht komt. Enzovoort.
Ik heb gekozen voor Vader Tijd – in plaats van Vadertje Tijd – omdat Vader Tijd ook wijsheid kan brengen.
Maar dat je liever op schoot zit bij Moeder Natuur, begrijp ik.
Vader Tijd en Moeder Natuur. Aha, denk ik na het lezen van je heerlijk blog. Ze zijn warempel een echt koppel. Dat zeg ik in het jaar dat ik besloot mijn grijze haren niet meer te verven, maar ze te laten shinen. Al ontkleurend leverde dit fors wat duellerende gesprekken op in mijn hoofd. Pff, ik zie er nu echt ouder uit! Wil ik dit wel? etc. En dan kende ik de spiegelvragen geeneens! Kun je nagaan Ben, wat je blog nu met mij deed. Echter, acceptatie van “er minder Indisch uitzien” (vond ik), is alsnog in gang gezet. En helpt om rustig(er) na te denken over de 2 vragen. Een leuk klusje, terwijl ik m’n padelracket en spinningfiets even aan de kant zet….
Ook zonder de spiegelvragen wist je al: ook grijze haren kun je laten shinen. Mooi!
Chapeau Ben.
Moeder Natuur, moeder van alles, godin als bron van alles (Wikipedia). Mooier kan het niet.
Daarom moeten we haar veel meer omarmen en beschermen!
Moeder Natuur, daar kan Vader Tijd niet aan tippen, maar ja…we krijgen toch ook met hem te maken. Toen ik nog jong was leek het me vreselijk om oud en rimpelig te zijn. Nu het eenmaal zover is vind ik het helemaal niet erg. Ik ben ‘gewoon’ met het verouderingsproces meegegroeid en dat is fijn. Daardoor blijf ik in balans en leef ik in harmonie.
Natuurlijk wil ik er nog graag goed verzorgd uitzien, fit en gezond blijven, in verbinding blijven enz. maar dat is Tijdloos wat mij betreft!
Ik ga jou benoemen tot ‘Moeder Tijdloos’…😉
PotBendosie dit is de eerste van dit jaar, dat belooft wat!!! Mooi.
Tijd bestaat gelukkig niet, hebben wij gemaakt. De natuur al miljoenen jaren voor ons.
Dus eigenlijk geen keuze, maar een mooie stelling ter filosofie.
‘Het leven is een gevecht tegen de zwaartekracht’ zei Jasperina de Jong. Daar helpt de sportschool, crème en mindfulness bij maar ……
Leef lekker denk ik en wie er wat van vindt, geniet er van. Vooral niet te moeilijk doen laat Vader Vader en Moeder Moeder wat ze ook zijn en wees jezelf.
Bedankt en ga door!!
PotTeusdosie, dank voor je reactie.
Lekkere wending in de slotzin, Ben. Daar zit je hele verhaal in, eigenlijk. Mooi dat.
👍
Ik ben het afgelopen jaar plots ouder geworden.
Ik hoop de komende tijd nog te genieten van wat er komt.
Ik zeg… Life sucks – life is fine!
Het afgelopen jaar ‘plots ouder geworden’? Dat klinkt als: life sucks. Ik hoop dat 2026 een fijn jaar voor je wordt.
Wat een prachtig blog. Heel herkenbaar, die zin aan het eind: Ik hoop dat Vader Tijd me genoeg wijsheid geeft om het moment te herkennen waarop overgave beter is dan strijd. Tegelijk denk ik ook: beide bestaan tegelijkertijd, strijd en overgave.
De overgave aan een diagnose begint op het moment dat je die krijgt; daarbij zie ik overgave als iets vergelijkbaars als aanvaarding. Tegelijk gaat vanaf datzelfde moment hoop iets nieuws voor je betekenen en komt strijdbaarheid naar boven. Zo heb ik het althans zelf ervaren. Beide gaan met je mee aan je linker- en je rechterhand en blijven voortdurend met elkaar in gesprek.
En toch heb ook ik die hoop: dat ik op het eind me helemaal over kan geven. Kan berusten en aanvaarden. En dat ik het moment herken vanaf wanneer dat het beste is.
Bijzonder dat die gedachten in je blog juist nu, aangezwengeld door de stiltedag, in je omgaan.
Ik hoop en wens met jou dat voor jou dat moment dat je wilt herkennen nog lang lang lang niet gekomen is.
Mooi dat je inzoomt op de wijsheid van Vader Tijd, want die is er gelukkig ook. Vader Tijd komt niet alleen met aftakeling en verval.
Wat is het toch een voorrecht als je je hele leven in de gezondheidszorg hebt mogen werken. Waar patiënten ‘automatisch’ naar jou toekwamen, om die – hoe dan ook – met veel voldoening te mogen helpen! Tot Vadertje Tijd jou komt vertellen, dat nu jij zelf maar eens moet gaan leren zo om zorg te vragen!
Zoals ik dat in het buitenland met die andere Taal & Cultuur moet leren, als je zelf iets niet goed begrijpt, of ook niet begrepen wordt. (Om over die nieuwste ICT maar te zwijgen!). Dat jij je dan ook maar in het volste vertrouwen aan die anderen moet overgeven! En, ook moet zien weer een zinvolle dagbesteding te vinden; afhankelijk van de “goodwil” van die mensen daar! Dan helpt Moedertje Natuur je daar weer mee. “Fantastisch”!
Want gossimijne, wat kan ik weer als een kind verwonderd staan genieten! Niet alleen van die prachtige natuur hier, maar ook hoe hier (in Indonesië) met zoveel mensen nog echt ambachtelijk handwerk wordt gedaan! Daar sta ik werkelijk verwonderlijk bij stil! Te beseffen dat hier geen strakke “kantoortijd” heerst, maar de zogenaamde “agrarische tijd”: waarbij het zaaien en oogsten de tijd bepaalt! Dat dus de tijd rekbaar is: “jam karet”! Zodat een afspraak dus ook wel eens “wat later” kan zijn! Ik moet dus ook leren “wat veel meer geduld” te hebben! Op mij oude dag!
Mooie wijsheid van een “senior”.
Stof tot overdenken.
Nico.
Heel menselijk, Ben, jouw “ja…máar…”. En je lieve Ben-gezicht in de spiegel op de stiltedag spreekt boekdelen. Je kijkt bijna bedremmeld, een beetje bedroefd?, alsof je geschrokken bent van je evenbeeld. Inlegkunde? Al sinds mensenheugenis valt het gezicht dat me in de spiegel aanstaart, me tegen. En nu ik écht oud word, bén, ben ik daar zoetjesaan aan gewend geraakt. Soms zelf gehecht (moet niet gekker worden) De ervaring leert me dat vrijwel niemand tevreden is met zijn of haar uiterlijk. Bekijk ik echter oude jeugdfoto’s, vooral die uit de puberteit, dan zie ik een fris jong ding. Niet knap in de ‘klassieke’ zin van het woord maar rimpelloos en goedlachs. En wat had ik een wespentaille! Had ik daar maar meer van genoten! (maar hoé dan, want onzekerder dan in de puberteit ben ik nooit geweest!) Ooit had vrouwentijdschrift “Viva’ een rubriek die een jonge, naakte vrouw toonde. Best gewaagd in die tijd. Ze moest haar grootste fysieke min- en pluspunt bekennen. Aggot, al die prachtige vrouwen die vonden dat ze van alles mankeerden: te kleine of juist te grote borsten, dikke benen, grove knieën. Lelijke gezichten. Verkeerd haar. En ja, ook ik bond handdoeken stijf om mijn pasgewassen haren heen om de slag te doen verdwijnen en mijn idool, Francoise Hardy, te benaderen met haar stijle zwarte haar. Naarmate Vadertje Tijd vordert kan ik me dus gelukkig meer en meer verzoenen met moeder natuur, ook al zijn mijn haren grijs en mijn gezicht en lijf en leden getekend door die inmiddels 76 jaar. Als je maar gezond blijft, een cliché dat steeds belangrijker wordt. En wat een rust geeft het, je niet meer te hoeven bekommeren om je uiterlijk. En meer tijd! Dat je daar zo oud voor moet worden, paradoxaal toch?
Ah Annelies, fijn, je bent weer op de lijn!
Mooi stuk.
Het stemt tot nadenken.
Pa en Ma zijn met elkaar verweven.
De een kan niet zonder de ander.
Ze zijn van alle tijden, van het begin tot het einde.
Ik zelf heb al meer dan 18 jaar “officieel” kanker. Dat is de natuur, maar ik heb de tijd.
Ik takel behoorlijk af. Van Pa en Ma trek ik me niets aan, ik heb natuurlijk de tijd ;-). Hoe meer ik aftakel, hoe meer ik geniet van de kleine dingen, bv mijn kleinkinderen. Het begin! Prachtig. Die geven me meer energie dan al die zonnepanelen boven op het dak.
Hi Guido,
In de tekst haal ik mijn goede vriend Gerhard aan. Hij zegt dat hij hoopt ‘gezond af te kunnen takelen’. Dat is voor jou lastig, als je al 18 jaar officieel kanker hebt.
Toch heb ik het idee – dat haal ik dan vooral uit de inhoud van je reactie – dat het ‘ongezond aftakelen’ je redelijk goed afgaat. Ik proef bij jou een mooie combinatie tussen strijdbaarheid en aanvaarding.
Ik wens je in dezen veel wijsheid toe.
Vader Tijd of Moeder Natuur.
Al jong (begin 20) waren de eerste grijze haren zichtbaar. Oneerlijk, ik trok ze er stiekem uit. Toen dat geen optie meer was werd het gecamoufleerd met zwart of bruin en zelfs een keer rood. Dat had niets met de (leef)tijd te maken, puur met de genen. Nu, nu ben ik vreselijk trots op mijn grijze haren en laat ik ze graag zien.
Het ouder worden bevalt mij wel. Ik weet niet of ik het leven leuker vind, maar zeker wel comfortabeler als het over mijzelf gaat. En als ik naar mijzelf kijk.
De aftakeling… als in echt ongemak, daar probeer ik het beste van te maken. Soms pas ik vol overgave de struisvogeltechniek toe. Dat is fijn, alleen niet lang vol te houden. Gemengde gedachten over dat ongemak en de pijn (het hoort er bij/ het is genoeg geweest!).
Maar de tijd, mag nog wel even duren.
Ik kom mijn tijd wel door. Immers: het komt goed.
Mooi grijs is niet lelijk. Je mag trots zijn op ‘die-genen’ die hier de oorsprong van zijn.